Benoem veelgebruikte voorwerpen en zeg waar ze zijn.
Wat is dit? hay = er is / er zijn (bestaan).
In gewone taal: Hay gebruik je om te zeggen dat iets bestaat of aanwezig is: “er is/er zijn”.
Structuur: hay + iets nieuws of onbepaalds: Hay una farmacia · Hay dos sillas
Gebruik dit wanneer: Gebruik dit om iets nieuws te introduceren: Hay una farmacia en la esquina.
Vergelijk: Hay una farmacia en la esquina introduceert de apotheek. La farmacia está en la esquina vertelt waar de bekende apotheek is.
Veelgemaakte fout: Gebruik estar voor de plaats van iets bekends: La farmacia está en la esquina.
Hay una farmacia cerca.
NL: Er is een apotheek in de buurt.
No hay tiempo.
NL: Er is geen tijd.
¿Hay wifi?
NL: Is er wifi?
Wat is dit? Overeenkomst: woorden moeten kloppen in geslacht en getal.
In gewone taal: In het Spaans veranderen sommige woorden bij een mannelijk of vrouwelijk woord en bij één of meerdere dingen. Daarom zeg je una habitación grande, maar dos habitaciones grandes.
Structuur: Lidwoord + zelfstandig naamwoord + bijvoeglijk naamwoord moeten in geslacht/getal matchen
Gebruik dit wanneer: Pas de woorden aan voor mannelijk of vrouwelijk en voor één of meerdere dingen.
Veelgemaakte fout: Laat geen mix ontstaan zoals enkelvoud lidwoord met meervoud zelfstandig naamwoord.
una habitación grande
NL: een grote kamer
dos noches
NL: twee nachten
los restaurantes buenos
NL: de goede restaurants