Vertel in eenvoudige zinnen wat je elke dag doet.
Wat is dit? De gewone tegenwoordige tijd vertelt wat iemand nu doet of regelmatig doet.
In gewone taal: Met de gewone tegenwoordige tijd vertel je wat je nu doet of wat je regelmatig doet. Bij yo zeg je bijvoorbeeld trabajo en bij él of ella zeg je trabaja.
Structuur: Stam + uitgang in de tegenwoordige tijd: trabajo, trabajas, trabaja · comemos · viven
Gebruik dit wanneer: Gebruik deze tijd voor je routine, werk, studie, vrije tijd en andere dagelijkse handelingen.
Vergelijk: Trabajo hoy vertelt wat je vandaag doet. Voy a trabajar mañana vertelt een plan voor morgen.
Veelgemaakte fout: Gebruik niet altijd de hele werkwoordsvorm. Na yo, tú of él/ella moet het werkwoord veranderen.
Trabajo de lunes a viernes.
Mi hermana estudia español.
Nos levantamos a las siete.
Wat is dit? Kernvoorzetsels geven relatie aan: richting, plaats, doel, middel.
In gewone taal: Voorzetsels zijn korte woorden zoals a, de, en, con en para. Leer ze samen met het werkwoord of de uitdrukking waarin ze voorkomen.
Structuur: ir a (naar) · estar en (in/op) · hablar de (over) · con (met) · para (voor/om te)
Gebruik dit wanneer: Gebruik deze combinaties in dagelijkse zinnen over plaats, richting, gezelschap en doel.
Veelgemaakte fout: Voorzetsels vertaal je niet 1-op-1 vanuit NL; leer de vaste combinaties.
Para mí, un café.
NL: Voor mij een koffie.
Estoy en Madrid.
NL: Ik ben in Madrid.
Voy a la estación.
NL: Ik ga naar het station.