✕
Woorden • Je dagelijkse routine
Vertel in eenvoudige zinnen wat je elke dag doet.
Les
Woorden
Grammatica
Woorden die je nu ziet
despertarse
— wakker worden
levantarse
— opstaan
ducharse
— douchen
vestirse
— zich aankleden
desayunar
— ontbijten
trabajar
— werken
estudiar
— studeren
comer
— eten
volver a casa
— naar huis gaan
cocinar
— koken
cenar
— avondeten
acostarse
— naar bed gaan
por la mañana
— in de ochtend
por la tarde
— in de middag
por la noche
— in de avond
todos los días
— elke dag
normalmente
— normaal gesproken
primero
— eerst
después
— daarna
temprano
— vroeg
grande
— groot
cumpleaños
— verjaardag
ascensor
— lift
marzo
— maart
ducha
— douche
treinta
— dertig
nevera
— koelkast
uno
— één
Spaans leerapp (A1–C1)