Woorden • Je dagelijkse routine

Vertel in eenvoudige zinnen wat je elke dag doet.

LesWoordenGrammatica

Woorden die je nu ziet

  • despertarsewakker worden
  • levantarseopstaan
  • ducharsedouchen
  • vestirsezich aankleden
  • desayunarontbijten
  • trabajarwerken
  • estudiarstuderen
  • comereten
  • volver a casanaar huis gaan
  • cocinarkoken
  • cenaravondeten
  • acostarsenaar bed gaan
  • por la mañanain de ochtend
  • por la tardein de middag
  • por la nochein de avond
  • todos los díaselke dag
  • normalmentenormaal gesproken
  • primeroeerst
  • despuésdaarna
  • tempranovroeg
  • grandegroot
  • cumpleañosverjaardag
  • ascensorlift
  • marzomaart
  • duchadouche
  • treintadertig
  • neverakoelkast
  • unoéén
Spaans leerapp (A1–C1)