Woordenlijsten

Voortgang op dit niveau: 0 van 24 afgerond

0%
Niveau

Per les zie je hier de woorden + Nederlandse betekenis. Oefenen blijft beschikbaar via Lessen.

Lessen 1-8
Begroeten & jezelf voorstellen

Begroet iemand en voer een eerste kennismaking.

hola

hallo

buenos días

goedemorgen

buenas tardes

goedemiddag

buenas noches

goedenavond / welterusten

adiós

tot ziens

hasta luego

tot later

por favor

alstublieft / alsjeblieft

gracias

bedankt

+16 meer op de woordenpagina

Naam, spelling & contactgegevens

Spel je naam en geef eenvoudige contactgegevens.

nombre

voornaam

apellido

achternaam

letra

letter

deletrear

spellen

¿cómo se escribe?

hoe schrijf je dat?

¿puedes repetir?

kun je dat herhalen?

más despacio

langzamer

correo electrónico

e-mailadres

+12 meer op de woordenpagina

Getallen, leeftijd & datum

Gebruik basisgetallen, dagen en maanden voor leeftijd en datum.

cero

nul

uno

één

dos

twee

tres

drie

cuatro

vier

cinco

vijf

seis

zes

siete

zeven

+29 meer op de woordenpagina

Voorwerpen om je heen

Benoem veelgebruikte voorwerpen en zeg waar ze zijn.

mochila

rugzak

bolígrafo

pen

lápiz

potlood

cuaderno

schrift

libro

boek

papel

papier

botella

fles

vaso

glas

+11 meer op de woordenpagina

Familie & mensen

Vertel wie bij je familie hoort en beschrijf mensen kort.

familia

familie

madre

moeder

padre

vader

hermano

broer

hermana

zus

hijo

zoon

hija

dochter

pareja

partner

+14 meer op de woordenpagina

Thuis & kamers

Beschrijf je woning, kamers en eenvoudige locaties.

casa

huis

piso

appartement

salón

woonkamer

cocina

keuken

baño

badkamer

dormitorio

slaapkamer

jardín

tuin

balcón

balkon

+10 meer op de woordenpagina

Je dagelijkse routine

Vertel in eenvoudige zinnen wat je elke dag doet.

despertarse

wakker worden

levantarse

opstaan

ducharse

douchen

vestirse

zich aankleden

desayunar

ontbijten

trabajar

werken

estudiar

studeren

comer

eten

+12 meer op de woordenpagina

Kloktijd & een afspraak

Vraag hoe laat iets is en spreek een tijd af.

¿qué hora es?

hoe laat is het?

es la una

het is één uur

son las dos

het is twee uur

y cuarto

kwart over

y media

half

menos cuarto

kwart voor

a las

om ... uur

en punto

precies

+10 meer op de woordenpagina